BDE Verhaal 7

Het is fijn om een website te vinden waarin in kan lezen dat deze ervaring geloofd wordt. Eind 2007 (15 december) was ik op een feestje. Ik voelde me niet lekker in het gezelschap en dronk een glaasje teveel. Gewoonlijk kan mijn lichaam dat wel hebben, maar nu zat ik in een stressvolle periode waarin ik niet goed voor mezelf zorgde. Gedurende de hele avond hoorde ik mezelf in mijn hoofd zeggen ‘ik wil hier weg’, herhaaldelijk.

Op het moment dat ik weg wilde gaan drukte ik de deurklink omlaag. Dan stopt mijn herinnering. Wanneer ik wakker wordt, lig ik op een ziekenhuisbed in een grote lege zaal met apparatuur achter me, een glazen wand en meerdere verplegers. Er kleven plakkers op me en ik heb een enorme pijn aan mijn borstkas. Ik probeer rechtop te komen zitten maar dat is pijnlijk. De verpleger zegt dat ik het rustig aan moet doen.

Achteraf blijkt dat ik van halftwee ‘s nachts tot zeven uur ‘s ochtends in een levensbedreigende coma heb gelegen. Mijn hart is meermaals stilgevallen en ik ben meermaals gereanimeerd. De dokters konden me niet redden en wilden me naar de ‘intensive care’ brengen, tot ik ineens weer beter werd. Daar was geen medische verklaring voor. Om tien uur kwam ik terug bij bewustzijn. Ik kon langzaam spreken, wandelen en mijn hersenen werkten zeer accuraat. Het ontbrak me aan iedere vorm van emoties. Ik herinnerde me overdreven gedetailleerd welke ervaringen ik had gehad in mijn leven, maar voelde er niets bij. Het was alsof ik in een leven terecht kwam dat niet het mijne was. Alle functies werkten, behalve dat ik me voelde als de persoon die ik hoorde te zijn.

Langzaamaan kwam de herinnering terug van een ervaring die ik niet begreep. Na zeven dagen durfde ik erover spreken met mijn toenmalige vriend. Deze ervaring was als volgt :

er kwam een zeer sterke tegenwind op, er was een bizarre ruimtelijkheid in één kleur, de kleur was een gevoel, dus geen rood of geel, maar het voélde als helder wit. Ik werd overweldigd door een warmte in mij hart, zoals het gevoel de persoon te zien op wie je verliefd bent, maar die je nog niet hebt gekust (zoals tienerliefde). Deze warmte was niet voelbaar zoals via de huid, de warmte was vanbinnen en werd steeds groter en sterker.

Er werd een gedaante zichtbaar. Het was een vrouw met grijze krullen, een zwart mantelpakje en ze trok met haar hand haar vestje goed (zoals iemand die wat nerveus is voor een belangrijke ontmoeting). Ik herkende haar als de moeder van een goede vriend. MAAR ik kende deze vrouw niet. Toch herkende ik haar. En zij kende mij. Ze leek in mij te kunnen kijken en wisselde informatie met me uit, zonder dat haar mond bewoog. Ze zei dat het niet het juiste moment was, dat ik nog een rol te vervullen had. Dat een heleboel mensen mij als persoon belangrijk vonden in hun leven. Ik begreep over wie ze het had. Heel specifiek. Ik liet haar weten dat ik graag voort wilde gaan, omdat ik niet meer op aarde wilde zijn. Ik wilde naar deze plek gaan, waar geen problemen waren. Waar er overzicht was. Waar enkel het goede en positieve aanwezig was. Waar enkel energie was, geen misverstanden. Ze liet me weten dat ik het waard was. Dat ik een verhaal te vertellen had. Dat mijn tijd nog niet gekomen was. Ze liet me ook voelen dat als ik ging, mijn vriend me zou nakomen en dat hij dan op zijn beurt verdriet zou veroorzaken.

Er stond een meisje langs deze mevrouw. Een meisje die op mijn nichtje leek, maar dan ouder. Ze droeg een hippe legeroutfit en ze was erg intelligent en had me door. Ze straalde verontwaardiging uit, alsof ze wat teleurgesteld in me was. Omwille van mijn niet-aanwezige vechtlust. Tot op de dag van vandaag weet ik niet wie zij was.

De mevrouw gaf me een boodschap mee. Ik moest aan haar zoon vertellen dat ze op een goede plaats was. Dat ze gelukkig was, daar waar ze nu was. En dat het een goede beslissing was geweest die ze hadden genomen. Haar zoon zat daarmee en ze wilde die boodschap doorgeven.

Toen ik dit aan mijn vriend vertelde, geloofde hij mij gelukkig! Hij zei dat het belangrijk was, want dat de zoon van deze vrouw inderdaad al jaren nadacht over de beslissing die destijds werd genomen. In het ziekenhuis werden de machines namelijk afgezet op het moment dat deze mevrouw lichamelijk niet meer te redden leek. Ik heb dan gevraagd of mijn vriend de boodschap wilde overbrengen omdat ik niet durfde. Ik wilde niemand beledigen, omdat ik bang was dat hij mij niet zou geloven.

Gelukkig geloofde deze vriend (de zoon van de mevrouw in de ‘hemel’) me wel. En we hebben elkaar daarna geregeld gezien. Ik heb nooit direct over zijn moeder durven spreken. Maar één keer kwam ik bij hem op bezoek en zag ik een foto aan de muur hangen. Ik schrok enorm want ik voelde dat het de mevrouw was die ik had ontmoet. Ik heb haar nooit gekend toen ze nog leefde. De zoon vertelde dat hij één minuut voor ik binnenkwam die foto had opgehangen want dat die van tafel was gevallen. Ik voelde dat aan als een bevestiging voor mezelf. Want intussen geloofden anderen me wel, maar ik dacht zelf dat ik langzaam gek werd.

Na de coma werd ik erg depressief omdat ik de wereld ineens anders zag. Ook voelde ik me mezelf niet meer. Ik ben op veel vlakken erg veranderd. Zelfs van smaak bijvoorbeeld van voedsel. Ook van vrienden. En vooral omdat ik de eerste periode het gevoel had, meer op mijn plaats te zijn daar waar ik vandaan kwam, dan op aarde.

Deze hele ervaring voelt voor mij aan alsof het een minuutje duurde. Maar volgens de dokters heb ik ‘uren voor mijn leven gevochten’. Voor mijn gevoel nu, is het alsof ik in overleg was. En ik wilde graag naar de hemel dus ik bleef argumenteren. Niet vanuit de rede, maar vanuit mijn hart. Vanuit de teleurstellingen die ik in het leven had gehad. Dat gevoel van angst en verbittering bleek achteraf volledig weg. Ik had geen wrok meer naar mijn moeder, ik heb nu een goede band met haar. Vroeger had ik hoogtevrees en waterangst, nu niet meer. Ik ben zelfs graag op hoogtes en ik zwem nu graag, vroeger haatte ik dat! Vroeger was ik ambitieus en vaak erg hard. Nu mis ik die ambitie erg en ik kan nooit meer hard zijn, zelfs als ik het soms beter wel zou zijn.

Anderzijds staat de coma op papier en je kan simpelweg aflezen wanneer mijn verschillende lichaamsfuncties stoppen. Nu blijk ik suikerziekte te hebben en dat was de oorzaak. Op fysiek vlak dus heel feitelijk te bewijzen allemaal.

Sinds kort durf ik over mijn ervaring te spreken en dat helpt me enorm. Langzaamaan merk ik dat het leven nog een tijdje zal duren voor mij. Ik ben niet bang voor de dood, hetgeen ik vroeger wél was. Ik geloof nu in Moeder Maria, waarschijnlijk omdat ze op de moeder van die vriend lijkt. Vroeger was ik héél cynisch, sceptisch en ongelovig. Ik heb een studie van universitair niveau achter de rug, dus ik geloof in de rede.

De coma heeft mijn leven in twee gedeeld. Maar de bijnadoodervaring zorgt ervoor dat ik dit tweede hoofdstuk met méér respect en liefde voor alles kan beleven. Als ik over het ‘hiernamaals’ spreek zoals ik het heb beleefd, dan is het vergelijkbaar met de theorie van de kwantumfysica. Ongelooflijk voor mijn vroegere zelf, maar nu wéét ik dat dit een realiteit is waar wij als mens over honderd (?) jaar allemaal klaar voor zullen zijn.

Sinds de coma heb ik nog allerhande onverklaarbare fenomenen ervaren, maar daar durf ik hier niet verder op in te gaan. Het is zo al gek genoeg. Er zijn mensen geweest die me niet geloofden. Dus ik heb geleerd dat er voor alles een tijd en plaats is. En die wil ik respecteren. Wie niet wil geloven, wil ik niet overtuigen. Want daar gaat het niet om. Het gaat hier over een positieve energie en het is belangrijk dat die in een positieve omgeving tot zijn recht komt. En dat dient geen betoog.